Vlaamse Gaai 2

4356 DC Oostkapelle

0118-583989

ict@EHSoostkapelle.nl

Medezeggenschapsstatuut van de vereniging voor christelijk basisonderwijs op reformatorische grondslag te Oostkapelle

Het bestuur van de vereniging voor christelijk basisonderwijs op reformatorische grondslag te Oostkapelle en de medezeggenschapsraad, MR, van de Eben-Haëzerschool te Oostkapelle hebben overlegd over de toepassing van de WMS. Ze hebben daarbij hun verwachtingen uitgesproken over de mogelijkheden die deze wet biedt ter versterking van de onderlinge communicatie en het formele overleg over alle aangelegenheden in en rond de school die van belang zijn voor directie, ouders, leerlingen en personeelsleden.

Het bestuur en de MR leggen hierbij hun visie op de medezeggenschap vast en maken concrete afspraken over de communicatie over en weer en de informatieverstrekking aan alle bij de school betrokken personen, zoals hierna vermeld.

De Medezeggenschapsraad heeft met tenminste tweederde meerderheid ingestemd met het medezeggenschapsstatuut. Het medezeggenschapsstatuut gaat in op 6 april 2009.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

a.     wet: de Wet medezeggenschap op scholen (Stbl 2006, 658)
b.     bevoegd gezag: het bestuur van de vereniging voor christelijk   
        basisonderwijs op reformatorische grondslag te Oostkapelle

c.     raad: de medezeggenschapsraad als bedoeld in artikel 3 van de wet
d.     organisatie: de gehele onderwijsinstelling (bestuur, directie en school)
e.     geleding: de gezamenlijke leden in een raad, behorende tot de groep
        personeel of de groep ouders
f.      statuut: het medezeggenschapsstatuut van deze school.

Artikel 2 Aard en werkingsduur

1.    Het statuut treedt in werking op 6 april 2009 en heeft een werkingsduur van
twee jaar.

2.    Twee maanden voordat de termijn in het voorgaande lid is afgelopen
treden de raad en het bevoegd gezag in overleg over het evalueren, actualiseren en bijstellen van het statuut.

3.    Bevoegd gezag en raad kunnen voorstellen doen tot wijziging van het statuut ongeacht het verloop van genoemde termijn.

4.    Een voorstel van het bevoegd gezag tot wijziging van het statuut behoeft de instemming van tweederde meerderheid van de leden van de raad.

 

 

Hoofdstuk 2 Inrichting van de medezeggenschap

Artikel 3 Medezeggenschapsorgaan

1.     In de Eben-Haëzer school is een raad ingesteld.
2.     De raad bestaat uit 2 leden gekozen uit en door het personeel
        en 2 leden gekozen uit en door de ouders
3      Namens het bevoegd gezag voert de directeur besprekingen met de
        raad of leden van de raad.
4.     Indien er sprake is van aangelegenheden waarin een vermenging van zakelijke    
        en persoonlijke belangen plaatsvindt of kan plaatsvinden kan deze persoon op
        diens verzoek van die taak worden ontheven.

Hoofdstuk 3 Informatievoorziening

Artikel 4 Informatie van het bevoegd gezag aan de raad en de geledingen

1.     Jaarlijks verschaft het bevoegd gezag schriftelijk ten minste de volgende
        informatie aan de raad:
            a.     de begroting van de organisatie en bijbehorende
                    beleidsvoornemens op financieel, organisatorisch en
                    onderwijskundig gebied
            b.     aan het begin van het schooljaar de gegevens met betrekking tot:
                              -  de samenstelling van het bevoegd gezag
                              -  de organisatie binnen de school
                              -  het managementstatuut
                              -  de hoofdpunten van het reeds vastgestelde beleid
            c.     voor 1 mei: de berekening die ten grondslag ligt aan de 
                    overheidssubsidie 
            d.     voor 1 juli: het jaarverslag van de organisatie
2.     Tijdig ontvangt de medezeggenschapsraad, al dan niet gevraagd, alle
        inlichtingen die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijze nodig
        heeft. Daartoe behoren in ieder geval:
            -  de uitgangspunten die het bevoegd gezag hanteert bij de uitoefening
               van zijn bevoegdheden
            -  elk oordeel van de klachtencommissie waarbij de commissie een klacht
               gegrond heeft geoordeeld en over de eventuele maatregelen die het 
               bevoegd gezag naar aanleiding van dat oordeel zal nemen.
3.     Voorts ontvangt de raad tijdig, al dan niet gevraagd alle inlichtingen die
        deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijze nodig heeft.
4.     De informatie wordt op een zodanig tijdstip verstrekt, dat alle leden van
        de raad een redelijke tijd voor de vergadering kennis kunnen nemen van
        de stukken, en zonodig deskundigen kunnen raadplegen.
5.     Indien het bevoegd gezag een voorstel voor advies of instemming
        voorlegt aan een geleding van de raad, wordt dat voorstel gelijktijdig ter
        kennisneming aan de andere geleding van de raad aangeboden.

 

 

 

Artikel 5 Wijze waarop het bevoegd gezag informatie verschaft

1.     Het bevoegd gezag stelt de in het voorgaande artikel bedoelde informatie
        in ieder geval schriftelijk, en zo mogelijk eveneens langs digitale weg, ter
        beschikking aan de raad.
2.     Alle verkregen informatie is in principe openbaar.

Artikel 6 Wijze waarop de raad informatie verstrekt en ontvangt


1.     De raad en zijn geledingen informeren hun achterban  in de regel binnen
        een maand na de vergadering over hetgeen er is besproken in de raad
        of in het overleg met het bevoegd gezag.
2.     De secretaris van de raad informeert de overige leden over alle
        binnengekomen brieven en reacties, en beslist in overleg met de voorzitter
        of een reactie moet worden gegeven.
3.     De vergaderingen van de raad zijn in principe openbaar.
4.     Alle informatie wordt in principe schriftelijk verstrekt, waar mogelijk en
        wenselijk eveneens langs digitale weg.

Hoofdstuk 4 Faciliteiten

Artikel 7 Faciliteiten afgesproken in onderling overleg

1.     De raad kan gebruik maken van voorzieningen waarover het bevoegd
        gezag beschikt en die de raad redelijkerwijs nodig heeft voor de vervulling
        van zijn taak.
2.     De kosten voor de medezeggenschapsactiviteiten met inbegrip van bijwonen
        van vergaderingen van de raad zelf, worden gedragen door het bevoegd
        gezag. Onder deze activiteiten worden mede begrepen:
            -  scholing van de leden van de raad
            -  het inhuren van deskundigen
            -  het voeren van rechtsgedingen
            -  het informeren en raadplegen van de achterban
        Voorwaarde is, dat het bevoegd gezag vooraf in kennis wordt gesteld van
        het activiteitenplan of het concrete voornemen van de raad.
3.     De personeelsleden in de raad hebben vrijstelling van hun reguliere taken
        tot uitdrukking komend in het taakbeleid. Conform CAO.
4.     Ten aanzien van de faciliteiten voor de ouderleden zijn de volgende
        afspraken gemaakt: leden van de oudergeleding in de raad hebben recht op
        een volledige vergoeding van de onkosten die zij maken ten behoeve van de
        uitvoering van de werkzaamheden in de raad.